Rossi en Lorenzo vechten het uit
Tijdens de Grand Prix van Japan op het circuit van Motegi werden we getrakteerd op een titanenduel tussen Fiat Yamaha teamgenoten Valentino Rossi en Jorge Lorenzo voor de laatste podiumpositie. Rossi bleek de betere en werd derde terwijl Lorenzo voor de tweede opeenvolgende race achter het net vist.
Jorge Lorenzo en Valentino Rossi
Vanaf het begin van de race zaten de twee teamgenoten in elkaars vaarwater. Jorge Lorenzo wist in de eerste ronde met een gedurfde manoeuvre buitenom de derde plaats van Rossi over te nemen maar terwijl raceleider Casey Stoner en Andrea Dovizioso langzaam afstand namen was Rossi vastberaden zijn teamgenoot niet te laten gaan.
Na enkele pogingen wist Rossi in de zesde ronde de derde plaats weer over te nemen. In de ronden daarna gebeurde er niet zo heel veel maar ze lieten elkaar niet gaan. Toen Rossi’s banden een beetje begonnen te glijden knoopte Lorenzo het gevecht weer en daarin ging het op haren en snaren waarbij het tweetal elkaar meerder keren raakten en meerder malen van positie werd gewisseld. Uiteindelijk was het Rossi die de derde plaats voor zijn rekening nam.
“Wat een geweldige race! Natuurlijk had ik graag voor de overwinning gevochten maar dit was ook al een fijn gevoel en ook nog eens een mooie show. Ik wil Jorge dan ook feliciteren want hij reed erg sterk en gaf niet op,” vertelde Rossi. “Helaas verloor ik wat tijd bij de start toen hij me passeerde waardoor Stoner en Dovizioso weg konden komen. Tegen de tijd dat ik hem weer voorbij was waren ze al te ver weg. Aan het einde van de race was ik moe en mijn band begon flink te glijden, deze was wat zachte dan ik gewild had dus ik wist dat ik in de problemen zou kunnen komen maar ik wilde dat podium erg graag. Jorge kwam weer terug en we hadden een geweldig maar net gevecht – ik denk dat iedereen daar van genoten heeft. Het was een geweldig weekend want we hadden een moeilijk weekend verwacht maar we waren in elke sessie sterk en hebben goed aan de motor kunnen werken. Mijn schouder is oké dus laten we naar Maleisië gaan en zien of we op deze manier, of misschien wel beter, door kunnen gaan.”