Kampioenen van Oranje: Arie Vos
Arie Vos is ongetwijfeld één van de grootste Nederlands Kampioenen uit de laatste tien jaar. Hij pakte in zijn carrière drie keer de Dutch Superbike titel en twee keer de Dutch Supersport titel. Hij is dit jaar op weg naar zijn zesde Nederlandse wegracetitel.
Arie Vos (Foto: Tiny Kolsters)
Arie Vos begon zijn imposante carrière pas op latere leeftijd. Tot die tijd hielp hij mee bij zijn broer die op dat moment op nationaal niveau in de motorcross mee reed. Zijn eerste race-ervaring kreeg hij door het racen met benzine aangedreven bestuurbare auto’s. Hij trok met deze machientjes door heel Europa en werd zelfs twee keer Nederlands Kampioen. Destijds werd hij al geholpen door tweetakt tuner Mario van der Heijden.
Maar Vos wilde meer. Hij had de smaak van het racen te pakken en was op zoek naar een mogelijkheid waarbij hij iets kon besturen waar hij op kon zitten. Mario van der Heijden adviseerde hem toen om te gaan scooterracen. Vos had nog nooit van scooterracen gehoord maar hij was gelijk enthousiast. “We gaan het gewoon doen, ik heb er zin in.” Vos en Van der Heijden klopten aan bij VosOss motoren om een scooter te halen en dat jaar reed hij zijn eerste echte racemeters.
“Ik kon meteen meestrijden voor het podium en ik ben dat jaar derde geworden in de eindstand. Het jaar erop werd ik gevraagd om voor Polini te rijden en in dat jaar ben ik Nederlands kampioen scooterracen geworden.”
Zijn eerste meters op een echte racemotor reed Vos onder toeziend oog van zijn vriend, jeugdheld en tweevoudig Dutch Supersport kampioen Johnny Verwijst. Verwijst had de beschikking over twee Ducati 748 en op het industrieterrein van Oss reed Vos voor het eerst ‘een rondje op de weg’.
“Johnny zei tegen mij dat ik hem maar gewoon moest volgen, zodat hij kon zien of ik een beetje kon rijden. Toen we thuis kwamen had hij de zweetdruppels op zijn voorhoofd staan. ‘Verdomme! Hij volgt gewoon! Dat is interessant, ik wil weten of jij nog meer kan.’ Zo is alles ontstaan.”
Na zijn avontuur op de Ducati zette Vos, samen met Verwijst een team op. Vos kreeg daarbij Kyro Verstreaten als teamgenoot en Pirelli als bandenmerk. Het was een dramatisch jaar voor de man uit Oss. Regen, pech en valpartijen waren in dat seizoen aan de orde van de dag. “Ik wist niks en misschien reed ik ook veel te geforceerd maar dat jaar viel zo tegen dat ik dacht: Ik wil nooit meer racen! Uiteindelijk ben ik toen volledig gestopt voor een jaar.” Bijna liep de carrière van Vos voortijdig op zijn einde. Een belletje om weer te gaan scooterrace haalde Vos over om weer te beginnen. Hij pakte in het jaar van zijn ‘comeback’ opnieuw de Nederlandse titel.
Het jaar dat volgde kwam hij zijn huidige monteur David van den Anker tegen. David bood hem een plekje aan in zijn 125cc team. “Dat wilde ik natuurlijk wel! Ik had er echt weer zin in dat seizoen.” In 2001 reed Vos zijn eerste race in de 125cc en dat betekende het begin van zijn ONK carrière. Na een jaar in de 125cc vertrok Vos naar de 250cc waarin hij opnieuw Mario van der Heijden als vaste monteur kreeg.
“In de 250cc hadden we een geweldig jaar gehad. Geweldige gevechten met Jarno Janssen en Patrick lakerveld. Fantastisch mooi! Maar ik had snel door dat we de 250cc uit moesten en dat we naar de viertakten moesten. Tweetakt hield op, hoe jammer het ook is.”
De beslissing van Vos om naar de viertakt over te stappen had ook een financiële reden.
“Tweetakt racen kost een hoop geld. Mijn ouders hadden niet de mogelijkheid om te zeggen; ‘Hier heb je een zak geld, ga maar kijken of dat racen iets voor je is.’ Ik heb met keihard werken het geld bij elkaar gesprokkeld en daar heb ik mijn eerste racejaar van betaald. Na mijn jaar in de 250cc was het geld op. Gelukkig had ik dat jaar in de 250cc veel kunnen laten zien zodat het jaar erop mij niet heel veel geld kostte. Anders was het toen al einde carrière voor mij geweest!”
Vos kreeg onderdak bij het Kawasaki team van Mile Pajic in de Dutch Supersport. Daarin liet hij gelijk zien dat de viertakt bij hem past. Hij reed een aantal goede uitslagen bij elkaar, pakte de derde plaats in het kampioenschap en een achtste plaats als wildcard bij de WK Supersport race op Assen. Dat laatste was een hoogtepunt van dat jaar.
“Ik heb bij Paijc veel lol gehad en ik had altijd een goede Kawasaki onder mijn kont. De wildcard op Assen was echt geweldig. Je rijdt daar met al die wereld toppers, lekker stoeien met Neukirchner, en dat je dan ook nog achtste wordt. Dat was fantastisch.”