Kampioenen van Oranje: Danny de Boer
De laatste race, de laatste ronde, de laatste bocht. Een heel seizoen ontvouwde zich in die paar seconden dat twee Honda coureurs door de GT bocht van op het TT circuit van Assen stuurden. Danny de Boer versloeg in die strijd Arie Vos voor de Dutch Superbike titel, en rekende zo af met een moeilijke periode.
Danny de Boer en Arie Vos
“Ik was heel blij met mijn eerste Dutch Superbiketitel. Vooral omdat ik het jaar daarvoor door sponsorproblemen een moeilijk seizoen had in de Superstock 1000 klasse. De titel voelde als een revanche op het vorige seizoen.”
In 2010 viel alles op zijn plaats voor de nu 21-jarige coureur uit Rouveen. In 2009 probeerde hij een comeback te maken in de Superstock 1000 klasse maar dit verliep totaal niet volgens plan. Sponsorproblemen waren er de oorzaak van dat De Boer de tweede seizoenshelft, zonder team, langs de zijlijn moest toekijken. Hij werd opgepikt door het Serco Racing Team uit Lemelerveld om te rijden in de Dutch Superbike klasse en niet zonder succes. De Boer pakte zijn eerste Nederlandse titel, en ook het team werd voor de eerste keer kampioen.
“De sleutel tot de titel was mijn consistentie. Ik heb dat jaar geen enkele nulscore gehaald en ik hikte er al de hele tijd tegen aan. Deze titel betekende best wel veel voor mij. Met een zwaar seizoen achter de rug, dan zo terug komen is heel mooi.”
De titel geeft recht op het rijden met de #1 op de kuip, maar De Boer heeft besloten om bij zijn oude vertrouwde #44 te blijven. Een doordachte keuze om zoveel mogelijk druk en verwachtingen weg te nemen.
“Achteraf had ik misschien toch met de #1 op mijn kuip moeten gaan rijden, maar nu kan ik race voor race bekijken en kan ik ze neutraal ingaan. Dat vind ik belangrijker dan het nummer dat op mijn kuip staat.”
De verwachtingen van het team, de sponsoren maar ook van de rijder liggen dit seizoen een stuk hoger, maar opboksen tegen Arie Vos en zijn BMW is dit seizoen bijna onbegonnen werk. Toch is de jonge De Boer geen rijder die snel opgeeft, maar één die blijft vechten tot het bittere eind.
“Wij werken knetterhard om het gat dicht te krijgen en volgens mij komen we elke race iets dichterbij. Opgeven doen we natuurlijk nooit. Ik leer elke dag nog wat bij, verleg mijn grenzen en ik push zo hard als ik kan.”
De Boer pakte zijn titel toen hij nog maar twintig jaar oud was. Toch heeft de coureur al een berg aan ervaring op zowel nationaal als internationaal niveau. Op driejarige leeftijd werd hij door zijn ouders voor het eerst op een crossmotor gezet.
“Vanaf het eerste moment had ik veel lol. Ik hoefde dan ook nooit gepusht te worden om te gaan rijden.”
Het rijden met de crossmotor maakte zoveel indruk op De Boer dat hij er nooit meer aan heeft gedacht om een andere sport te doen, een uitstapje naar het kickboksen daar gelaten. Hij crosste tot zijn twaalfde jaar toen de talentvolle coureur werd gescout door het Remar Racing Team van Rene Brink. Vanaf dat jaar was Danny de Boer een wegracer en maakte hij zijn debuut in de Junior Cup 125cc en reed ook nog mee in de Aprilia Cup 250cc. Op zijn veertiende jaar verliet hij Remar Racing en trok Europa in. Hij vertrok naar een buitenlands team waarmee hij uit kwam in de EK Superstock 600.
“Ik maakte deze keuze omdat de EK Superstock mee reed op de banen van het WK Superbike, en dat was voor mij de perfecte klasse richting de WK’s.”