Hengelose racedemo Youngtimers
Hemelvaartsdag, de tweede juni 2011. Een illuster gezelschap stond aan de startlijn van de Varsselring, voor de eerste racedemo van Youngtimer Racing. Wie zijn dat, de Youngtimers? Het is een bonte verzameling van oudere en nieuwere racemachines uit de periode 1980 tot pakweg 2000. Bijna allemaal aangedreven door tweetaktmotoren, een technologie die op uitsterven staat. Net zo interessant zijn de coureurs. Ze vormen een groep die is samengesteld uit onervaren motorliefhebbers, iets meer ervaren circuitrijders en vooral uit prominenten uit de Nederlandse wegracegeschiedenis.
De Youngtimers bijeen (foto: Inge van Hesteren)
Uit de velen hier enkele namen: “Sito” Gert-Jan van de Belt, al meer dan vijfentwintig jaar een vaste factor in het wegracen, Adriaan Boilten, 125cc-kampioen begin jaren tachtig, Ronald Kuipers, na zestien jaar voor het eerst weer aan de start met zijn Honda RS 125 FF, of Winfred Reinbergen, wiens vader, teammanager Philip Reinbergen al sinds eind jaren zestig de circuits onveilig maakte. Voor de volledige startlijst zie onderaan dit bericht.
De racedemo kwam tot stand door de inzet van Evert Welvaart, voorzitter van SAM Motorsport en het bestuur van Youngtimer Racing – met bestuursleden Winfred Reinbergen en Bas Meijers in de frontlinie. De bereidwillige medewerking van met name Hamové-bestuurslid Tonny Wassink gaf de doorslag.
Het was een racedemo, niet een wedstrijd. De KNMV-officials hadden erop aangedrongen dat de twee sessies begeleid zouden worden door marshalls. Door de deelnemers op te delen in vier groepen verliep dat meer dan uitstekend. SAM-bestuur en YTR-bestuur hadden al tijdens de ochtendbespreking aangedrongen op beheerst rijden. Zij wilden niet dat dit een eenmalig experiment zou blijven. Alle rijders bleken dit goed in het hoofd te hebben geknoopt. Daardoor stonden de gezichten van alle betrokkenen na afloop van de twee rijsessies verheugd en tevreden. Dit was voor herhaling vatbaar!
Het rijden zelf? Voor vele deelnemers was het even wennen. Sommige machines hadden anderhalf decennium niet gelopen en sommige rijders hadden in het geheel niet meer op een wedstrijdmotor gezeten sinds ze tien of twintig jaar geleden stopten met de motorsport. Ondanks wekenlange voorbereiding vertoonden de tweetakten toch de nodige kuren. Al aan de start of halverwege de sessies kwamen er heel wat langs de kant te slaan door vetslaande bougies, overlopende waterkoelingen, falende boordcomputers, slippende koppelingen of overslaande ontstekingen, Jammer voor de getroffen coureurs, maar tegelijk ook een deel van de uitdaging van het rijden met deze krachtige, doch gevoelige racemachines. Schrijver dezes, met de enige viertakt in het circus, draaide onverstoorbaar zijn rondjes. Zo’n eencilinder viertakt doet het wel eens niet, maar áls zo’n vijfklepper loopt, blijft hij dat ook doen.