Brits Superbike terug naar de basis?

Het lijkt er op dat er voor het komende seizoen weer flink ingegrepen gaat worden in het technisch reglement van het Brits Superbike, de twee jaar geleden geïntroduceerde EVO klasse zal nu de basis gaan vormen.

Regerend kampioen Ryuichi Kiyonari voor Tommy Hill

Het Brits Superbike is de afgelopen jaren een voorloper geweest met betrekking tot het implementeren van nieuwe ideeën, soms alleen op organisatorisch vlak, zoals de in 2008 ingevoerde drie Superpole sessies en de vorig jaar geïntroduceerde ‘Showdown’ formule, waarbij de top zes voor de laatste drie raceweekends een gelijk aantal punten krijgt plus punten voor behaalde podiums en overwinningen om dan feitelijk opnieuw voor de titel te gaan vechten.

Ook op het technisch vlak is het Brits Superbike niet bang om eens wat nieuws te proberen. Zo werd vorig jaar al gesteld dat coureurs maar een motor tot hun beschikking zullen hebben, iets dat nu, net als de drie Superpole sessies, ook door het World Superbike zal worden ingevoerd. Ook kwam dat jaar de EVO klasse tot leven. Een tegelijk met het Brits Superbike rijdende klasse waarin men gebruik maakt van een Superbike chassis met daarin een standaardblok en een standaard ECU.
 
De EVO klasse, waarin je naast de punten van het BSB ook apart punten krijgt voor het EVO klassement, was in eerste instantie een probeersel om kosten te besparen en tegelijk te kijken of zo’n standaard ECU goed zou werken in een dergelijk kampioenschap.

Omdat het economisch gezien nog steeds niet voor de wind gaat en de dure technologie niet voor iedereen bereikbaar is, zijn er plannen om die EVO klasse volgend jaar de basis te laten zijn van het Brits Superbike kampioenschap. De Britten zouden daarbij het huidige FIM reglement aan de kant willen schuiven en teams en rijders terug willen laten gaan naar de basis.

“Het plan is om de EVO klasse als basis model te gebruiken. Het EVO reglement zelf zal misschien iets te simpel zijn voor de fans en de fabrikanten, daarom hebben we besloten de EVO klasse als basis te gebruiken en dat dan iets op te waarderen door een klein beetje tuning toe te staan met daarbij de gecontroleerde ECU en een toerenbegrenzer die zo’n 750 tpm hoger zal liggen dan die de betreffende fabrikant standaard hebben. Dat is volgens ons een goede oplossing, iedereen heeft de flexibiliteit om iets met tuning te doen en op die manier competitief voor de dag te komen en tegelijk pakken we de elektronica aan,” vertelde BSB directeur Stuart Higgs aan Roadracingworld.

Reacties

Door: race-eend
op: donderdag 4 augustus 2011 18:21:37

Ik denk dat dit de enige manier is om de race sport betaalbaar te houden,en te laten overleven.

Door: erwinzx10
op: donderdag 4 augustus 2011 22:02:24

maakt niet uit het blijft toch de felst bevochten klasse

Door: Luut
op: donderdag 4 augustus 2011 22:09:29

De manier om relatief goedkoop te racen is geheel terug naar standaard machines (ondergebracht in een stichting, excl. BTW en BPM) en alleen bij de GP's modificaties toestaan, 1 motor per coureur, 1 set slicks en 1 set regenbanden per trainingsdag en idem voor de wedstrijden, geen soft, medium, hard of dualcompound meer. De beste combinatie van coureur en producent wint. En vooral wat langer dan enkele jaren met hetzelfde reglement werken want veranderende reglementen werkt extreem kostenverhogend omdat er dan telkens nieuwe machines moeten worden ontwikkeld.