Internationale motorraces Hengelo Gld. 2, 4 en 5 juni 2011
Tijdens het Hemelvaartweekend staat het Varsselringcircuit in Hengelo (GLD) traditiegetrouw in het teken van de jaarlijkse Internationale wegraces. De organiserende Hengelose auto- en motorvereniging, de HAMOVE, heeft er ook dit jaar weer alles aan gedaan het evenement tot een succes te maken.

Aanpassingen aan het circuit
Een stratencircuit kan nimmer dezelfde veiligheid bieden als een permanent circuit. Toch hoeft racen op een stratencircuit niet per definitie onveiliger te zijn dan op een permanent circuit. Op laatstgenoemd circuit weten coureurs dat ze bij een val meestal geen obstakel raken. Dat kan voor sommige rijders wel eens aanleiding zijn de grens wel heel nadrukkelijk op te zoeken, omdat ze weten dat de kans op een blessure bij een val (zelfs bij snelheden van boven de 200 km/uur!) niet eens zo groot is. Op een circuit als de Varsselring zullen ze dat niet zo snel doen.
De HAMOVE heeft in de ruim veertig jaar dat er nu op de Varsselring wordt geracet een zeer goede naam opgebouwd als het gaat om de veiligheid van de coureurs en de toeschouwers. In de beginjaren zat het publiek op diverse plaatsen aanzienlijk dichter op de baan dan nu. Gelukkig hebben zich nooit serieuze ongelukken voorgedaan als gevolg van over de baan stuiterende en vervolgens naast de baan terechtgekomen motoren. De plekken waar de toeschouwers nu de races volgen zijn nog altijd uitstekende plekken, die op heel veel plaatsen een goed zicht bieden op een groot deel van de baan. Maar waar men nu staat, staat men wel aanzienlijk veiliger dan lang geleden.
Ook voor de veiligheid van de coureurs wordt jaarlijks geïnvesteerd. Zo zijn in de loop der jaren de bochten verbreed en veel vloeiender geworden. Een heel belangrijke aanpassing was de aanleg van een parallelweg, achter op het circuit. De snelheid werd er op dat extreem snelle gedeelte behoorlijk uit gehaald. Een bijkomend effect was (en is het nog steeds!) dat er twee prachtige bochten bij zijn gekomen, de Kloosterbocht en de ten Havebocht.
Het aantal bomen langs de baan is in de loop der jaren behoorlijk afgenomen. Ook dit jaar staan er weer minder bomen langs het fameuze asfalt dan een jaar geleden. Bestuur en leden van de HAMOVE blijven elk jaar zoeken naar verbeterpunten.
Voor volgend jaar start een complete verandering van het start/finish gedeelte in de planning. De pitstraat verhuist naar de tribunekant van de baan, waardoor helpers de baan niet meer hoeven over te steken tussen de races door.
Andere innovaties (die geen betrekking hebben op de veiligheid, maar op de service aan de rijders en de toeschouwers) zijn het steeds verbeteren van het rennerskwartier en het hebben van twee omroepers langs de baan, zodat op elk moment van de race actuele informatie aan de toeschouwers kan worden geboden. Actueel zijn ook de filmbeelden die de toeschouwers op de hoofdtribune en in de VIP-tent aan de overzijde van de baan kunnen zien op een groot videoscherm.
Waar de races volgen?
De 4878 meter lange Varsselring is een spectaculair circuit. Op vrijwel alle plaatsen langs de baan hebt je als toeschouwer een mooi zicht op de baan. De mooiste plek is wellicht de tribune bij start en finish, waarvoor dit jaar geen toeslag meer hoeft te worden betaald. Vanaf een comfortabele zitplaats kun je alles rond de start en de finish van de races volgen (zeker omdat er een Vidiwall aan de overzijde van de baan wordt geplaatst), je hebt zicht op het erepodium en tussen de races door ben je snel in het rennerskwartier, dat vrij toegankelijk is. En je kunt ook nog een blik werpen op de Molenbocht, de befaamde (en bij gevallen coureurs: beruchte) bocht net voor de finish. Meerdere races kregen daar een dramatische wending. Het is een kunst op zich om deze bocht met de juiste snelheid in te sturen. Te snel betekent de bocht niet halen en dat leidt tot rechtdoor gaan of het gras induiken (met een grote kans op een valpartij; zeker als het gras nat is). Te langzaam betekent dat men voorbij gestoken kan worden.
Vanaf de start duikt het compacte deelnemersveld de Veldermansbocht in. Daar is het altijd dringen geblazen, waarbij met enige regelmaat een coureur onderuit schuift.
Wie goed uit de Veldermansbocht komt kan het gas helemaal open draaien. Een topsnelheid van ongeveer 280 km/uur is dan geen uitzondering. Daarna volgt de van Manenbocht, waarvoor men vol in de remmen moet. Vervolgens komt er weer een recht eind, dat overgaat in de Parallelweg. Op dat gedeelte kan een goede stuurman veel winst boeken. Na de Parallelweg even een kort stukje rechtuit en daarna volgt er een scherpe bocht, de Boschbocht. Wie durft daar later dan zijn concurrenten te remmen? En dan gaat het via een serie snelle bochten naar de Molenbocht, de scherprechter van veel races en is een ronde op de Varsselring voltooid.
Voor de tweede keer IRRC
In de jaren zeventig was het eenvoudig om internationale wegraces te organiseren. Naast Hengelo werd er in Nederland o.a. internationaal gereden in Raalte, Oldebroek en de Beekse Bergen (bij Tilburg). Langzamerhand verdwenen al deze wedstrijden van de kalender, omdat het steeds moeilijker werd een attractief rennersveld aan te trekken (en de banen niet aan de steeds stringentere veiligheidseisen konden voldoen). De Hengelose HAMOVE verzette de bakens en ging zich meer en meer richten op wedstrijden voor het Nederlands kampioenschap.
Maar steeds bleef er de wens toch minimaal één internationale klasse aan het programma toe te voegen. En zo werd het idee van de 3 Landen Cup geboren. In het Nederlandse Hengelo, het Belgische Oostende en het Duitse Frohburg werd een internationale serie verreden.
De 3 Landen Cup heeft jarenlang deel uitgemaakt van het raceprogramma op de Varsselring. Sinds vorig jaar is er een veel ambitieuzere opvolger, het IRRC. Die afkorting staat voor International Road Racing Championship, een internationale raceklasse met wedstrijden op aantrekkelijke stratencircuits.
Dit jaar bestaat de wedstrijdserie van het IRRC uit vijf races, keurig verdeeld over de periode april-september. Het seizoen is eerder dit jaar (30 april-1 mei) geopend in het Duitse Schleiz. Op 4 en 5 juli wordt Hengelo aangedaan. Na Hengelo volgt de wedstrijd in het Belgische Chimay op 23 en 24 juli. In het weekend van 27 en 28 augustus reizen de coureurs af naar Tsjechië, waar in Terlicko zal worden gereden. Voor de slotrace wordt Duitsland voor de tweede keer aangedaan en wel naar de trouwe partner van de 3 Landen Cup, Frohburg. Daar wordt op 24 en 25 september het seizoen afgesloten. Per wedstrijd worden twee races verreden, zodat het complete seizoen uit tien races bestaat.
De motoren mogen maximaal 1200 cc meten. In dat geval mogen ze maximaal twee cilinders hebben. Voor drie- en viercilinders is de maximale cilinderinhoud 1000 cc.
De deelnemers komen hoofdzakelijk uit Nederland, België en Duitsland. Om het voor de toeschouwers herkenbaar te houden hebben de Nederlandse rijders startnummers onder 100. De Belgen hebben een startnummer van 101 tot 200, de Duitsers 201 tot 300. Deelnemers uit andere landen (in het geval van de races van dit jaar zijn dat Ieren en Engelsen) hebben een startnummer tussen de 301 en 400. Een gastrijder - dat is iemand die niet aan de hele serie deelneemt, maar slechts eenmalig aan de start komt - krijgt een startnummer tussen de 401 en 500. Gastrijders komen niet in aanmerking voor kampioenspunten, die aan de nummers een tot en met dertig van elke race worden toegekend.
De Duitser Didier Grams is de uitgesproken favoriet voor de zege. Hij won vorig jaar alle (!) tien races en werd zo ongeslagen kampioen van het IRRC. Grams stelde in de openingsrace van het seizoen 2011 zijn kandidatuur voor verlenging van zijn titel van afgelopen seizoen, want in Schleiz won hij ook dit jaar beide manches. De Nederlanders Johan Freriks en Frank Bakker werden elk een keer vijfde en zesde en delen de vijfde plaats in het klassement na de eerste wedstrijd. Henri Minnen is met de negende plek de derde Nederlander bij de eerste tien.
Stand van zaken in het ONK
De Dutch Superbikes hebben al vier kampioenswedstrijden achter de rug. Ze reden tijdens de Lenteraces in Assen, in het bijprogramma van het WK Superbike in Assen, hadden een wedstrijd op het circuit van Francorchamps en de vierde race was wederom in Assen. Bij elk van de vier wedstrijden zegevierde Arie Vos, de voormalig Nederlands kampioen uit Oss. Hij was jarenlang actief op Honda, stapte over op Ducati en treedt dit jaar op een BMW aan. Zoals uit de uitslagen duidelijk naar voren komt voelt Vos zich prima thuis op zijn Duitse motor. Wat de uitslag op de Varsselring ook moge zijn, zeker is dat Vos ook na Hengelo nog klassementsleider is, want zijn voorsprong op tweede man Raymond Schouten bedraagt 37 punten. De derde plaats in de stand na vier wedstrijden wordt ingenomen door Nederlands kampioen Danny de Boer uit Staphorst. Diens plaatsgenoot Joan Veijer bezet de vierde plaats. Vijfde staat voormalig GP-coureur Chris Burns uit Engeland.
Kervin Bos uit Wilnis is de te kloppen man bij de Dutch Supersport, een klasse die drie ONK wedstrijden heeft afgewerkt. Elk van die drie races leverde een zege voor Yamaha-coureur Bos op. Hij geldt ook in Hengelo als favoriet, temeer daar hij zich heel lovend uitlaat over het circuit en de organisatie. Bos: “Stratencircuits zijn wel iets gevaarlijker dan permanente circuits, maar ze zijn een stuk Nederlandse geschiedenis. Dat is een traditie die niet moet verdwijnen. Ik heb bewondering voor de inzet van de organisaties die er elk jaar naar streven de circuits weer te verbeteren. Daar werken ze hard aan. Hengelo is altijd iets aparts met zoveel mensen langs de baan. Ik vind het leuk om daar naar toe te gaan.”
Stuart Voskamp, die dit seizoen zijn Honda verruilde voor een Suzuki, bezet de tweede plaats met 49 punten. Ronald ter Braake staat derde met 36 punten.
De ranglijst bij de altijd spectaculaire zijspannen wordt aangevoerd door een bekende (achter)naam: Bennie Streuer, zoon van drievoudig wereldkampioen Egbert Streuer. De Drent rijdt samen met Kees Endeveld. Uit vier wedstrijden (twee keer in Assen en twee keer in het Belgische Mettet) behaalden de regerende titelhouders 95 van de maximaal 100 te scoren punten. Meervoudig Nederlands kampioen Colin Nicholson (als altijd met Jarno van Lith in de bak) bezet de tweede plaats met 62 punten. Kort daarachter nemen Kees Kentrop en Danny de Haas met 57 punten de derde plaats in.
De 125cc-klasse zit in de hoek waar de klappen vallen. In internationaal verband is deze categorie op het hoogste niveau (de GP’s) bezig aan het laatste seizoen. Naar verwachting zal deze klasse - net als eerder de 250cc - nog slechts enkele jaren bestaansrecht hebben. De rijders nemen al min of meer afscheid, want het startveld zal zeker niet al te groot zijn. Slechts twee keer kon de 125cc-klasse tot nu toe om punten strijden, eenmaal in Assen en eenmaal op de Duitse Nürburgring. Het aantal wedstrijden is beperkt. Dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor Duitsland. Daarom grijpen de rijders elke gelegenheid aan om te rijden. Dat zorgt voor een redelijke Duitse deelname in deze klasse. De Duitser Toni Finsterbusch won beide races. Zijn landgenoot Lukas Wimmer bezet de tweede plaats. Dan volgen de Nederlanders Jerry van de Bunt en Bryan Schouten.