Sterk Europees debuut van Nigel Walraven en Erwin Druijff
De eerste wedstrijd in het Europees kampioenschap wegrace zijn voor beide coureurs van het Amici Hoegee Suzuki Racing Team succesvol verlopen. Op het Spaanse circuit van Albacete behaalde Nigel Walraven een uitstekende negende positie. Zijn Suzuki teamgenoot Erwin Druijff behaalde de zeventiende plaats. Een klassering waarvoor beiden meer dan tevreden over zijn.
Nigel Walraven
"Ik mag zeker niet klagen, de negende plaats in een dergelijk sterk deelnemersveld. Vandaag heb ik ruim drie seconden sneller gereden dat ik hier ooit eerder heb gereden. Vooraf hoop je op een goed eindresultaat, maar dit had ik zeker niet verwacht. Ik weet dat ik dit seizoen als coureur ben gegroeid en dat heb ik dit weekend ook laten zien", aldus een dolblije Nigel Walraven na de Supersport race. "Het ging het hele weekend al goed ondanks het feit dat ik in de trainingen enkele kleine problemen had. Na de eerste kwalificatie stond ik er al goed bij met een achtste plaats. Dat verwonderde mij wel. Het niveau in een EK race is best pittig, hier rijden de beste coureurs van Europa mee. Daarnaast waren er hier 13 Spanjaarden die dit circuit natuurlijk allemaal goed kennen”.
Tijdens de tweede en beslissende kwalificatie trainingen probeerden de monteurs van het Amici Hoegee Suzuki Racing Team een andere achterband. Deze bleek minder grip te hebben waardoor Walraven terugviel naar de elfde startpositie.
“Daar maakte ik mij geen zorgen over, als je een goede start hebt maak je veel terrein goed’’ oordeelde de 23-jarige Suzuki coureur voorafgaande aan de race.
Dat dit geen grootspraak was bewees Walraven door in de eerste ronde als achtste door te komen. Even leek het erop dat hij naar de kopgroep van vijf man zou gaan rijden.
“Maar ik maakte in mijn haast enkele kleine foutjes waardoor ik de aansluiting net miste. Dat maak je in dit soort wedstrijden niet meer goed. Het niveau ligt hier zo hoog, dat wordt meteen afgestraft. Daarna reed ik een groep van vier rijders en zakte ik terug naar de elfde plaats. Ik heb alles gegeven om uiteindelijk als negende te finishen. Het grootste probleem was dat we een harde achterband hadden gemonteerd. Die gaf net iets te weinig grip anders had ik zeker nog iets naar voren kunnen rijden. Maar mij hoor je niet klagen, ik heb heel veel ervaring opgedaan. Maar ook als team hebben we veel geleerd. We waren hier met een kleine groep mensen en in de onderlinge samenwerking hebben we ook grote stappen voorwaarts gemaakt. Daar kunnen we volgend jaar de vruchten van gaan plukken”.
Maar het belangrijkste vindt Walraven wel het feit dat er onderling door de coureurs met respect wordt gereden zoals hij het uitdrukt.
“Er rijden hier 35 coureurs maar met een doel. Een hoge eindklassering. Er zijn geen gekke dingen gebeurt en weinig valpartijen die door andere rijders zijn veroorzaakt. Complimenten hiervoor”.