Denning hoopt voor de titel te kunnen vechten
Met nog iets minder dan twee maanden te gaan voordat het Crescent Suzuki team aan hun eerste seizoen in het WK Superbike begint beantwoord teameigenaar Paul Denning enkele vragen over het komende seizoen.
Leon Camier
Wat zijn je eerste gedachten over het WK Superbike en het niveau waarop in het WK Superbike gereden wordt?
Paul Denning: “Het kampioenschap ziet er zeer interessant uit voor 2012 en het aantal fabrikanten dat meedoet is, ondanks het vertrek van Yamaha, zeer positief – Suzuki, Honda, Kawasaki, Ducati, BMW en Aprilia hebben allemaal sterke teams, of ze nu als fabrieksteam of als privéteam opereren, en ze hebben allemaal sterke rijders. De combinatie van Pirelli banden en een machine naar Superbike specificaties is vergeleken met de MotoGP machines een ‘makkelijker’ pakket om de grenzen van wat mogelijk is op te zoeken en daarom kunnen meer rijders vechten voor de top posities. Ik zeg dit met veel respect voor de Superbike rijders, die als besten vechten voor de overwinning, maar de Superbike machines zijn over het algemeen beter geschikt voor close racing en dat er week in week uit verschillende rijders op het podium staan is geweldig voor de fans. In het WK Superbike maakt de rijder het verschil maar ook hier zijn het de beste rijders, motoren en teams die het uiteindelijk met elkaar voor de titel zullen vechten en daar hopen wij tussen te zitten.”
Hoe veel verschil zit er tussen jullie GSX-R1000 in het BSB en het WSBK?
“De 2012 GSX-R ziet er nagenoeg hetzelfde uit maar er zijn maar weinig onderdelen hetzelfde, de hele motor is serieus opgewaardeerd. Yoshimura werkt erg hard aan de motor en we wisselen veel ideeën uit voor de ontwikkeling van de machine. De vering en de remmen zijn helemaal nieuw, het Motec elektronica pakket is vernieuwd en elk detail aan de GSX-R wordt onder de loep genomen. De Suzuki is een fantastisch allround pakket maar we moeten er voor zorgen dat de rijders 100% de motor 100% kunnen benutten door de GSX-R zoveel mogelijk te verfijnen.”