Een MotoGP wereldtitel is niet te koop, ook niet voor Ducati

35
jorge - lorenzo
Jorge Lorenzo | foto© Nico Schneider

Wie rijden er in 2021 voor het Ducati MotoGP fabrieksteam? Dat is op dit moment de grote vraag nu Ducati onlangs Yamaha al heel vroeg in het jaar toe zag slaan op de transfermarkt. Zoekt de Italiaanse renstal het binnen eigen gelederen of gaat men, na Valentino Rossi en Jorge Lorenzo, voor de derde keer heel diep in de buidel tasten?

Dat Ducati de afgelopen weken hard afgetroefd is door Yamaha op de transfermarkt zal voor velen geen geheim meer zijn. Yamaha sloeg een week voor de Official MotoGP Test in Sepang keihard toe op de transfermarkt door zowel Maverick Viñales als ook Fabio Quartararo voor langere tijd aan zich te binden en te presenteren als de twee Yamaha MotoGP fabriekscoureurs vanaf het seizoen 2021. Daarnaast haalde Yamaha ook nog eens Jorge Lorenzo terug als Yamaha MotoGP testcoureur.

Beide Yamaha coureurs stonden hoog op het verlanglijstje van Ducati, en nu ook zowel Alex Rins als ook Joan Mir hun na dit seizoen aflopende contract bij Suzuki lijken te gaan verlengen of al verlengd hebben lijkt Ducati op dit moment de grote verliezer op de transfermarkt.

Inmiddels heeft Gigi Dall’Igna al laten weten dat er momenteel voor Ducati niets anders opzit dan af te wachten wat er de komende tijd gaat gebeuren. Wat er achter deze opmerking schuilt is moeilijk te zeggen, maar wat wel duidelijk is dat Ducati de afgelopen jaren niet de meest gelukkige partij is geweest op de transfermarkt.

Best wel vreemd eigenlijk, helemaal omdat de Ducati momenteel gezien kan worden als een zeer snelle en winnende MotoGP machine, het team geleid wordt door een drietal ervaren managers, te weten Gigi Dall’Igna, Paolo Ciabatti en Davide Tardozzi, en de begroting van het team – mede door de ondersteuning van moederbedrijf Audi en Philip Morris International (Marlboro) – voldoende financiële ruimte biedt.

Met name dat laatste is voor Ducati de afgelopen jaren misschien wel het grootste struikelblok gebleken. Een aantal jaren geleden trok men eerst Valentino Rossi over de streep om in ruil voor een riant jaarsalaris – zeg maar gerust een mega salaris – het team te komen versterken. Nadat dit project al heel snel gedoemd was om te mislukken en Rossi er al heel snel achter kwam dat hij en de Ducati geen vriendjes werden besloot Ducati in de jaren erna te vertrouwen op de diensten van Andrea Dovizioso en Andrea Iannone.

Vervolgens werd er opnieuw flink met de geldbuidel gezwaaid en deed men Jorge Lorenzo een mega aanbod. De Spanjaard kon net als zijn voormalige teamgenoot de verleiding ook niet weerstaan, verliet Yamaha om aan een nieuw en zeer goed betaald avontuur te beginnen bij Ducati.

De komst van Lorenzo zorgde vervolgens voor veel onvrede bij zowel Dovizioso als ook Iannone. Eén van de twee moest namelijk het veld ruimen voor de komst van Lorenzo. Ducati besliste niet, liet het tweetal in het ongewisse met uiteindelijk als gevolg dat Iannone eieren voor zijn geld koos, opstapte en koos voor een overstap naar Suzuki. Dovizioso bleef en werd de nieuwe teamgenoot van Lorenzo, maar al snel liet Dovizioso zijn ongenoegen blijken over het feit dat hij – ondanks dat hij op dat moment de betere coureur was en zijn prestaties aanzienlijk beter waren dan die van Lorenzo – afgescheept werd met een schijntje van het mega salaris van zijn nieuwe teamgenoot.

Terwijl Lorenzo in zijn eerste seizoen (2017) op de Ducati geen enkele MotoGP race wist te winnen – voor het eerst in zijn op dat moment tienjarige MotoGP carrière – en met 137 gescoorde WK punten ‘slechts’ als zevende eindigde in het kampioenschap sloot Dovizioso het seizoen af als tweede in de eindstand van het kampioenschap en wist hij maar liefst 124 WK punten meer te scoren als zijn teamgenoot.

Voor het seizoen 2018 kreeg Dovizioso weliswaar een iets verbeterde aanbieding, bleef hij in eerste instantie de betere coureur maar ontstond er na een aantal wedstrijden in het seizoen een flinke interne discussie. Het geduld van Ducati CEO Claudio Domenicali was namelijk op en hij besloot dat Lorenzo’s aan het einde van het seizoen aflopende contract niet verlengd zou gaan worden.

Dall’Igna was het duidelijk niet eens met deze beslissing en wat gebeurde er vervolgens……..precies, Lorenzo raakte op dreef, had de Ducati inmiddels zo naar zijn hand weten te zetten dat hij uitgerekend in de eerste race, nadat hij te horen had gekregen dat zijn contract niet verlengd werd, in Mugello zijn eerste MotoGP overwinning op de Ducati ging scoren. Lorenzo herhaalde vervolgens dit kunstje in de race daarop in Catalunya en later in het seizoen nogmaals op de Oostenrijkse Red Bull Ring.

Terwijl Lorenzo op dreef raakte ontstond er intern een nieuwe discussie tussen Dovizioso en Dall’Igna. Dovi04 was namelijk van mening dat Ducati een andere koers diende te varen in de verdere ontwikkeling van de Desmosedici, als rijder was hij van mening dat met name het stuurgedrag en de wendbaarheid van de machine in de bochten beter moest terwijl Dall’Igna dit advies in de wind leek te slaan en zich beriep op het feit dat zowel hij als ook Lorenzo op dat moment races konden winnen en hijzelf misschien eens in de spiegel moest kijken.

Nadat een aantal jaren eerder de duurbetaalde Rossi na twee seizoenen afdroop verliet aan het einde van 2018 ook Lorenzo met een flink gestegen saldo op zijn bankrekening Ducati. Door het vertrek van Lorenzo kreeg Dovizioso voor 2019 een flink verbeterde aanbieding en werd de ‘goedkope’ Danilo Petrucci aangetrokken als zijn nieuwe teamgenoot.

Ondanks dat de relatie tussen Dall’Igna en Dovizioso enigszins bekoeld bleef kende Dovizioso in 2019 opnieuw een goed seizoen, een seizoen waarin hij voor het derde jaar op rij als tweede eindigde in het kampioenschap. Petrucci kende tevens een goede start van het seizoen, won in Mugello zijn eerste MotoGP race, om vervolgens in een vormcrisis te geraken waardoor topklasseringen uitbleven.

Of de vormcrisis te maken had met het feit dat Dall’Igna achter de schermen probeerde om de inmiddels voor het Repsol Honda Team rijdende Lorenzo terug te halen voor het komende seizoen – dit ondanks een op dat moment nog doorlopend contract – is niet bekend, maar het zal zeker van enige invloed geweest zijn.

De afgelopen maanden is wel duidelijk geworden dat Ducati opnieuw op zoek is naar een topcoureur. Zo aasde men de afgelopen maanden op Viñales, tevergeefs zo bleek onlangs want Viñales blijft zijn huidige team ook in 2021 en 2022 trouw. Ook greep men naast Quartararo – het management van Quartararo gaf onlangs aan dat er wel met Ducati gepraat is maar dat er geen sprake is geweest van een aanbod – die net Viñales ook voor Yamaha koos. Ook Rins en Mir lijken geen optie meer te zijn nu alles erop wijst dat het tweetal Suzuki trouw blijft.

Ducati lijkt het nu binnen eigen gelederen te moeten zoeken en een keus moeten gaan maken tussen Jack Miller of Francesco Bagnaia, te kiezen voor een langer verblijf van Dovizioso, de troef Johann Zarco te spelen, of indien Scott Redding dit seizoen de WorldSBK titel op de Aruba.it Racing- Ducati in de wacht weet te slepen een terugkeer van de Brit naar de koningsklasse te overwegen

Of zouden de Italianen de komende maanden – met hulp van Phillip Morris – opnieuw nog een keer heel diep in de buidel gaan tasten en ene Marc Marquez een riant aanbod gaan doen. Deze kans lijkt ons wel heel erg klein, maar niets is een mens vreemd en wie weet zwicht ook Marquez, net zoals Rossi en Lorenzo in het verleden deden, voor het grote geld.

De Italiaanse en Spaanse media smullen er op dit moment al van, ingegeven door het feit dat Marquez nog steeds niet bijgetekend heeft bij Honda en zich steeds meer zorgen lijkt te gaan maken over de capaciteiten van de nieuwe 2020 Honda RC213V.

Laten we het verhaal Marquez vooralsnog maar even naar het land der fabelen verwijzen, maar hoe anders zou het geweest zijn als Domenicali in 2018 een fractie meer geduld had op kunnen brengen en Lorenzo bij Ducati zou zijn gebleven? As, dat is verbrande turf wordt er in dit soort situaties vaak gezegd op het platteland, dat klopt, maar de kans dat Ducati op dit moment dan in een heel andere positie zou verkeren is redelijk groot.

De geschiedenis herhaalt zich, zo liet MotoGP journalist David Emmet eerder deze week weten op zijn website motomatters.com.

David Emmet: “De enige rijder die in staat is geweest om voor Ducati een kampioenschap te winnen werd destijds weggejaagd, nadat het senior management weigerde te geloven dat Casey Stoner echt ziek was. Hoe aantrekkelijk het vooruitzicht op een zitje in het Ducati-fabrieksteam ook is, de donkere schaduw van wat er met Stoner, Lorenzo en nu Andrea Dovizioso gebeurd, hangt er als een sluier boven. Dat is waarschijnlijk het eerste dat moet worden gerepareerd binnen de Italiaanse formatie.”

Met andere woorden, wanneer het ‘senior’ management van Ducati er steeds maar in slaagt om hun coureurs van streek te maken, wat is dan de waarde van een goed betaald Ducati fabriekszitje? Hoe kun je je concentreren op het leren rijden en onder de knie krijgen van de toch wel lastige Desmosedici als je om je heen constant geruchten hoort dat Ducati overweegt je te vervangen?

Een competitieve motor, een getalenteerd coureur, een goed en gestructureerd team en een top management……..kortom, alles moet kloppen om kans te kunnen maken op dat door zes motorfabrikanten zo felbegeerde doel; het in de wacht slepen van een MotoGP wereldtitel. Daar kan geld en een riant salaris niet tegenop, een MotoGP wereldtitel is namelijk niet te koop, ook niet voor Ducati.

 

Handige links Official MotoGP Test Sepang:

Tijdschema en volledige uitslagen
Fotoverslag

Bekijk je Racesport.nl op je mobiel, download dan nu de nieuwe Racesport.nl App