Het doorbrengen van een dag in de MotoGP paddock en het ontmoeten van de rijders is een droom van vele wegrace enthousiastelingen. Britse fan en amateurcolumnist Stuart vertelt over zijn ervaring op Donington Park.

Het is spannend om voor het eerst de MotoGP paddock binnen te stappen. Het voelt alsof je een parallel MotoGP universum, bestemd voor een paar bevoorrechte personen, binnenstapt en het duurt niet lang voordat het universum je te pakken heeft.
ÒAh! Dat was Sete die net aan me voorbij glipte op zijn scooter! En daar komt Junior vanaf de andere kant!!Ó

Je kunt precies zien wie er voor het eerst in een paddock zijn. Zij wandelen, net als ik, doelloos rond en kijken naar de rijders met een onnozele Ôkind in een snoepwinkelÕ blik op hun gezicht, terwijl ze hun best doen niet op hun eigen kin te gaan staan, die vol verbazing over de grond sleept.
En dan heb je de digitale cameraÕs. We hebben ze allemaal en we hebben ze gisteravond opgeladen Ôtotdat ze gloeidenÕ, en we houden ze in de aanslag en rennen voor de volgende cruciale Ôik stond naast een onscherpe rijder terwijl hij de andere kant op keekÕ foto.

Als de aanvankelijke Ôgillen en wijzenÕ periode voorbij is, wordt duidelijk dat er in de paddock over het algemeen een relaxte sfeer hangt. Met uitzondering van ons, als paddockmaagden, lijkt iedereen hun ding te doen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het lijkt onmogelijk om te denken dat dit ooit normaal zou kunnen voelen. Hier worden rijders gedegradeerd van Goden naar niets anders dan paddock extraÕs. Shinya Nakano loopt langzaam langs me heen, terwijl hij zijn paraplu vasthoudt, en wordt, in mijn visie oneerlijk, door de meeste mensen gewoon genegeerd. Gelukkig voor Shinya is hij mijn favoriete rijder (tenminste, dat is hij totdat de volgende rijder voorbijkomt en ik een ander mijn trouw schenk) en hij kwam niet weg voordat ik hem, in gebroken, zenuwachtig, engels, verteld had hoe geweldig hij is en voordat de Ôwe zijn beste maatjes, echt waarÕ foto genomen was.

In dit parallelle universum is ŽŽn ding goddank zo goed als je gehoopt had en waarvoor je de vorige avond hebt wakker gelegen, de rijders zelf. Deze groter-dan-het-leven (maar vaak kleiner in het dagelijkse leven) helden blijken, enkele uitzonderingen daargelaten, gewone alledaagse jongens te zijn. Ze zien waarschijnlijk direct dat je een plattelandjongen in de stad bent en ze zijn waarschijnlijk de hele dag door andere paddockmaagden lastiggevallen, maar ze nemen de tijd om je poster te signeren, een foto te maken en soms te praten over hun raceverwachtingen. Je vertrekt blij met de gedachte dat je hun dag mooier hebt gemaakt en zij archiveren de ervaring in de Ôte wissenÕ sectie van hun geheugen.

Helaas is de enige rijder, die niet zo eenvoudig te benaderen is, de arme Valentino Rossi. In gele kledingstukken volgen de Rossi fans hem en jagen op elke beweging van de wereldkampioen, op een manier die bijna of zelfs meer dan een obsessie genoemd kan worden
Bij een training verzamelt de menigte zich achter de hekken rondom de Yamaha box, wachtend om een glimp of een geurtje van de Italiaan op te vangen. Ik besloot het voor allemaal nog erger te maken door er ook bij te gaan staan; tja, hij is toch speciaal, niet? Terwijl ik daar stond te wachten en door een roestig barrel van Yamaha, dat buiten neergezet was, heen keek, realiseerde ik me dat het soms verschrikkelijk moet zijn om een medewerker van Yamaha te zijn. Het is zwaar, maar iedere keer als ŽŽn van hen uit de pitbox stapt, moet diegene het gekreun van de teleurgestelde menigte aanhoren, aangezien zij verwacht hadden de wereldkampioen te zullen zien en niet zoÕn jongen, die de wielen van Edwards moet wassen. Maar als hij op basis van een winstbonus werkt, dan zal zijn uitpuilende portemonnee hem wel helpen om daar overheen te komen.
Als Rossi uiteindelijk verschijnt, dan is het allemaal snel voorbij. Een paar vage fotoÕs van de man, met verschillende opdringerige mensen uit het publiek, die de foto verpesten, op de voorgrond is alles wat ik kan laten zien, na vijftien minuten naar de deur gestaard te hebben. Niet goed. Wie zou ik allemaal gemist hebben terwijl ik daar stond te wachten?

De negatieve kant van het paddock universum is dat de tijd zo snel gaat. Een snelle blik op mijn horloge laat zien dat het bijna avond is en dat de tijd op is.
Ik besluit stoer het land van de tweetakt jongens in te gaan, dat stil verborgen ligt achter de vele hospitality suites, die eten opdienen waarvan ik de naam niet eens kan uitsprekenÉ maar het lijkt opvallend op dunne aardappelen in gras. Het is stil hier en ik voel me een indringer, hoewel niemand ook maar enigszins gestoord lijkt te worden door het feit dat ik daar verdacht rondloop. Ik zie Chaz Davies en hij wil er maar wat graag alles aan doen om naar me toe te komen en met me te praten. Het is weer tijd voor dat amateuristische gedoe met de camera. Alsjeblieft God, laat de batterij het volhouden.

Al snel is de dag voorbij. Het voelt alsof de dag sneller gegaan is dan RandyÕs dagelijkse haarroutine, hoewel mijn pijnlijke benen en rommelende maag wel aan iets anders toe zijn.
Het enige dat nu nog te doen staat is naar huis gaan en de fotoÕs laten ontwikkelen. Daarna breng ik misschien nog wel een bezoek aan de lokale arts om die rare grijns operationeel te laten verwijderen Ð mij is helaas gezegd, dat de medische wetenschap waarschijnlijk nog niet zo geavanceerd is.

BRON tekst en foto: Dorna Sports
Vertaling: Monique Kramer; monique@racesport.nl