De wekelijkse rubriek Finishpraat speelt in op actualiteit, combineert verleden met heden en haalt oude herinneringen op; kortom een verhaal voor de echte motorsportfan. Deze editie gaat over Boet van Dulmen.
Mijn vader was een enorme fan van Boet van Dulmen. Daardoor hoorde ik van kleins af aan zijn verhalen over “Den Boet”. Natuurlijk over hoe hij zijn enige 500cc Grand Prix won op het stratencircuit van Imatra in 1979. Mijn vader volgde zijn hele carrière op de voet, maar koestert vooral warme herinneringen aan de seizoenen 1979 en 1981 – de beste jaren van Boet, volgens hem. In 1979 op een Suzuki en in 1981 op een Yamaha eindigde hij als zesde in het wereldkampioenschap. En dat als privérijder! Hij moest het hebben van bijzondere omstandigheden of van het perfect afstellen van de motor samen met zijn monteur Gerrit Veldscholten. En wanneer het gaat over de successen van Boet, komt ook altijd de zege in de 750cc-race in Assen (1979) ter sprake.
Maar er is ook één race waar mijn vader nog steeds van baalt: de TT van Assen in 1981. Hij kan zich die dag nog herinneren als de dag van gisteren: Boet reed in zijn regenjackie aan de leiding in zijn thuisrace. Na Wil Hartog en Jack Middelburg was dit hét moment waarop ook Boet, als derde van “De Grote Drie”, de TT van Assen zou kunnen winnen. De snel opdrogende baan speelde hem echter parten, waardoor hij Marco Lucchinelli – die op intermediates stond – niet achter zich kon houden. Boet eindigde als tweede, maar volgens mijn vader en vele andere fans was dit de dag dat hij had móeten winnen.
Maar daar blijven de herinneringen niet bij. Ik heb zeker wel tien keer gehoord hoe mijn vader met mijn moeder, oom, tante en vrienden aanwezig was bij de Franse Grand Prix van 1980 op Paul Ricard. Omdat ze daar al vroeg in de week aankwamen met een busje, dachten de mensen bij de poort dat het vast een raceteam was. Zo kwamen ze terecht midden in het GP-paddock, vlak bij de tent van Boet. Kun je je nu toch niet meer voorstellen, dat je met een busje zo het Grand Prix-paddock op rijdt? Mijn vader kon van dichtbij zien hoe Boet en Gerrit sleutelden, terwijl dochter Annemiek – toen één jaar oud – op de tank zat terwijl Boet de motor probeerde te starten. Qua resultaat was het geen goed weekend, want zijn motor liep niet lekker. Een jaar later, in 1981, liep zijn Yamaha veel beter, toen mijn vader met hetzelfde clubje aanwezig was op de Hockenheimring. Op dat snelle circuit wist Boet lang aan te haken bij de kopgroep met absolute wereldtoppers. Hij eindigde knap als vierde achter Kenny Roberts, Randy Mamola en Lucchinelli. Razendknap natuurlijk, gezien zijn materiaal. 1981 was sowieso een geweldig jaar. Naast Assen reed hij op Spa-Francorchamps nog even aan de leiding en werd hij tweede tijdens de laatste Grand Prix in Zweden. Middelburg werd in die race overigens derde. Twee Nederlanders op het podium in de koningsklasse, ongekend!

Omdat mijn vader altijd zo enthousiast over Boet vertelde, heb ik later heel veel van die beelden teruggekeken op YouTube en videobanden. Daardoor werden ook Jack Middelburg en Wil Hartog helden voor mij, ook al had ik ze nooit live zien racen. Ik ben ‘pas’ in 1986 geboren, toen Boet zijn laatste seizoen reed – hij was toen al 38 jaar. Mijn ouders hadden sinds 1983 een videorecorder, dus vanaf dat moment zijn er ook allerlei races opgenomen. In 1983 reed hij een aantal goede races, waaronder in Raalte waar hij met Middelburg streed voor de dagzege. Of de Grand Prix van Zuid-Afrika in 1984, waar Boet zich in de regen in de beginfase van voren liet zien. Of de TT van Assen in 1985, waarin hij in de regen een knappe vierde plaats behaalde. Als de omstandigheden anders dan anders waren, kwam ‘Den Boet’ telkens weer bovendrijven. Zijn bijzondere rijstijl in de bochten kon ik zelfs uit duizenden herkennen.
Ik ben dus echt opgegroeid met Boet als held. Maar Boet was een held voor heel veel motorsportfans in Nederland – mede omdat hij zo dicht bij het publiek stond, en vanwege zijn no-nonsense houding. Zoals zijn fans weten, heette hij eigenlijk helemaal geen Boet, maar Antonius Pius Maria van Dulmen. De naam Boet ontstond omdat zijn oudere broer hem zo noemde, terwijl hij eigenlijk ‘broer’ bedoelde. En zo werd Boet uiteindelijk voor iedereen gewoon Boet. Toen zo’n drie jaar geleden bekend werd dat mijn vrouw en ik een zoon zouden krijgen, moesten we op zoek naar een passende jongensnaam. Ik kan nu zeggen dat Boet altijd hoog op mijn lijstje stond, maar dan lieg ik. Vier maanden voor de geboorte had ik er nog nooit aan gedacht. Ook Jack of Wil waren niet voorbijgekomen. Ik had in Boet eigenlijk nooit een naam voor een kind gezien. Pas toen ik via-via hoorde dat iemand hun zoon Boet had genoemd, schoot me ineens te binnen: het is eigenlijk best een stoere naam. En toen viel alles op zijn plek: een mooie, stoere naam met een link naar mijn grote passie, motorsport – en de grote held van mijn vader. Ik legde het voor aan mijn vrouw. Die moest het even laten bezinken, maar al snel werd ze ook enthousiast over de naam Boet – niet vanwege de motorsport, maar gewoon omdat het een mooie naam is. En zo loopt er bij ons nu bijna drie jaar lang een Boet Klein rond. En zo is er weer een Boet in mijn leven die een held voor mij is.
Tot volgende week,
Asse Klein
Racesport.nl WhatsApp kanalen
Meld je aan voor 1 van de 3 beschikbare kanalen en ontvang als eerste het Racesport.nl nieuws via WhatsApp!!
✅ Racesport.nl – MotoGP (alleen MotoGP berichten)
✅ Racesport.nl – WorldSBK (alleen WorldSBK berichten)
✅ Racesport.nl – Algemeen (alle geplaatste berichten)

