De wekelijkse rubriek Finishpraat speelt in op actualiteit, combineert verleden met heden en haalt oude herinneringen op; kortom een verhaal voor de echte motorsportfan. In deze editie duiken we in de Nederlandse motorsport en de overgang van de World Supersport 300 naar de nieuwe World Sportbike-klasse.
De World Supersport 300 was vanuit Nederlands oogpunt een zeer succesvolle raceklasse. Deze categorie deed in 2017 zijn intrede en de allereerste twee races op WK-niveau werden gewonnen door een Nederlander: Scott Deroue. Het bleek het begin van veel meer Nederlandse successen. In de negen seizoenen dat de World Supersport 300 heeft bestaan, werd 34 keer het Wilhelmus gespeeld. De oranje-zeges kwamen op naam van Deroue, Jeffrey Buis, Victor Steeman, Loris Veneman en Koen Meuffels. Ook eindigde er bijna elk jaar een Nederlander in de top-drie van het WK-klassement. Alleen in het laatste seizoen, in 2025, gebeurde dat niet. Nederland leverde bovendien de meest succesvolle rijder ooit in deze klasse: Jeffrey Buis. De coureur uit Steenwijkerwold werd twee keer wereldkampioen en won zeventien races. Geen enkele andere Supersport 300-rijder komt ook maar in de buurt van die statistieken. Bijzonder! Voor de oudere motorsportfans doet het misschien denken aan de 50cc Grand Prix-klasse, waarin Nederland vroeger ook veel succes boekte.
Maar waarom was juist de World Supersport 300 zo’n succesvolle klasse voor de Nederlanders? Daarvoor zijn een aantal termen belangrijk: niveau, opleiding en financiële mogelijkheden. Op basis van die drie factoren was de World Supersport 300 voor veel Nederlandse coureurs de enige realistische optie. Niveau en opleiding liggen dicht bij elkaar. Want om het niveau van de Grand Prix te halen, moet je op de juiste manier worden opgeleid. Dat Collin Veijer en Zonta van den Goorbergh nu in de Grand Prix racen, komt uiteraard door hun talent, maar óók door de manier waarop zij zijn opgeleid. In sporten als voetbal of atletiek kun je in Nederland relatief laagdrempelig naar de wereldtop toewerken. Bij motorsport ligt dat anders. Er zijn in Nederland wel initiatieven, zoals de Molenaar NSF 100 Cup – waar ook Zonta heeft gereden – maar daarna wordt het lastig. Zeker in Nederland en Noord-Europa. Wie de Grand Prix wil halen, moet al snel naar Spanje of Italië. En daarvoor heb je goede sponsoren of een gevulde portemonnee nodig.
Maar geld is niet alles: je hebt ook kennis en een netwerk nodig om je daar op te leiden tot Grand Prix-rijder. Een sterk plan, zowel op als naast de baan, is essentieel – en dat is allesbehalve eenvoudig. Daardoor is de route naar de Grand Prix slechts voor een handjevol Nederlandse coureurs haalbaar. Op dit moment zie ik alleen de 14-jarige Luuk de Vries als een reële kanshebber om in de komende vijf jaar de Grand Prix te bereiken. De route naar de World Supersport 300 verliep anders. Die kon namelijk wél via Noord-Europese paden worden bewandeld, denk aan de Northern Talent Cup of het IDM. Dat maakte de klasse qua niveau, opleiding en financiële drempels veel toegankelijker. En dat vormde de basis voor het Nederlandse succes.
Er is al veel gezegd over het verdwijnen van de World Supersport 300. Daarvoor in de plaats komt nu de World Sportbike-klasse. Ondanks dat er met een ander type motoren gereden gaat worden, is de basis van het deelnemersveld vergelijkbaar met die van de Supersport 300. En dat is vanuit Nederlands perspectief positief. Toch geldt: een nieuwe klasse betekent vaak ook een nieuw budget, en het is nog maar de vraag of dit op de lange termijn haalbaar blijft voor Nederlandse rijders. Maar voorlopig kunnen we vol verwachting uitkijken naar seizoen 2026. ‘We’ hebben namelijk drie sterke coureurs aan de start. Jeffrey Buis behoeft geen introductie meer. Loris Veneman heeft al bewezen te kunnen winnen in de Supersport 300 en werd tweede in het WK. En onderschat ook Kas Beekmans niet. Voor hem is het WK weliswaar nieuw, maar hij werd afgelopen jaar overtuigend kampioen in de Britse Sportbike-klasse – en dat word je niet zomaar. Bovendien heeft Beekmans in verschillende disciplines al eerder laten zien zeer snel te zijn. Kortom: de voortekenen zijn goed dat we ook in de nieuwe World Sportbike-klasse weer kunnen rekenen op Nederlandse successen.
Tot volgende week,
Asse Klein
Volg het laatste Racesport.nl nieuws ook via social media:
Facebook | Instagram | X | Threads | YouTube
Vrijwillige bijdrage
Bent u een trouwe bezoeker van deze website, bent u tevreden met het door ons gebrachte gratis te lezen motorsportnieuws en wilt u het werk van het Racesport.nl redactieteam mede ondersteunen?
Dat kan d.m.v. een vrijwillige bijdrage via de betaallink vrijwillige bijdrage Racesport.nl of door een bijdrage over te maken naar het volgende bankrekening nummer:
NL31 BUNQ 2035 9539 44 t.n.v. ES Event & Sports Promoter, onder vermelding van ‘vrijwillige bijdrage Racesport.nl’
