Het piept en het kraakt al langere tijd tussen Francesco Bagnaia en Ducati, maar uitgerekend tijdens zijn thuisweekend op Misano kwam de situatie opnieuw op scherp te staan. Een opgevangen gesprek met Fabio Di Giannantonio, opmerkelijke uitspraken over zijn Ducati GP26 en de nodige hulp uit de hoek van de VR46 Riders Academy zorgden ervoor dat de geruchtenmachine op volle toeren draaide. Maar tussen wat er daadwerkelijk gezegd is en wat er vervolgens op sociale media van wordt gemaakt, zit een wereld van verschil.
Dat Francesco Bagnaia en Ducati aan het einde van 2026 uit elkaar gaan, is inmiddels geen geheim meer. Ducati maakte op 24 juni officieel bekend dat na acht gezamenlijke seizoenen, waarvan zes binnen het fabrieksteam, de samenwerking na de Grand Prix van Valencia stopt. Daarmee bevindt Bagnaia zich in een bijzondere situatie: hij moet het seizoen afmaken bij de fabrikant waarmee hij twee MotoGP wereldtitels behaalde, terwijl de sportieve relatie steeds meer onder spanning lijkt te staan.
Misano, midden in het Italiaanse Ducati- en VR46 bolwerk, maakte die spanning alleen maar zichtbaarder.
Een Ducati die Bagnaia niet meer begrijpt
Sportief was het weekend pijnlijk. Bagnaia kwam vrijdag niet verder dan de negentiende tijd, moest via Q1 en kwalificeerde zich uiteindelijk als veertiende. Waar hij in het verleden juist op Misano kon vertrouwen op zijn snelheid en gevoel met de Ducati, was daarvan ditmaal nauwelijks iets terug te zien.
Zelf wees hij vooral naar het gedrag van zijn GP26. Bagnaia verklaarde dat het verschil met de andere Ducati’s volgens de data overduidelijk zichtbaar is. Het probleem zit volgens hem niet op één specifiek punt, maar loopt van het aanremmen tot de acceleratie.
Vooral het remmen op de motor en de grip aan de achterzijde bezorgen hem grote problemen.
“Het is extreem gemakkelijk om het verschil te zien tussen wat mijn motor doet en wat alle andere Ducati’s doen”, aldus Bagnaia. “Er is een groot verschil, maar het is moeilijk te begrijpen waarom. Ook het team heeft geen antwoorden.”
Nog opvallender was zijn analyse van de kwalificatie. Met een nieuwe zachte achterband kreeg hij naar eigen zeggen vrijwel hetzelfde gevoel en dezelfde grip als met een gebruikte band.
“Ik rem veel harder dan de rest, maar de motor vertraagt niet. Ik probeer heel nauwkeurig te zijn met het gas bij het accelereren, maar toch ben ik degene die minder snel accelereert. Ik ben daar oprecht gefrustreerd over en voel me ook vernederd door wat ik meemaak.”
Vijf woorden en Misano staat in brand
Alsof die uitspraken nog niet voldoende brandstof vormden, volgde na het raceweekend een gesprek met Fabio Di Giannantonio. De camera’s van DAZN registreerden hoe de Pertamina Enduro VR46 Racing Team coureur met Bagnaia sprak over diens technische problemen.
Di Giannantonio opperde daarbij om terug te gaan naar een relatief eenvoudige basisafstelling, vergelijkbaar met de configuratie waarmee hij zelf rijdt. Bagnaia maakte duidelijk dat hij de beschikbare mogelijkheden al uitvoerig had geprobeerd en dat hij werkte met wat zijn technici hem voorschreven. Toen Di Giannantonio nogmaals een meer basale configuratie voorstelde, volgde het zinnetje dat vervolgens een eigen leven ging leiden:
“Dat laten ze me niet doen.”
Meer was er op sociale media nauwelijks nodig.
Binnen de kortste keren werd het fragment gepresenteerd als bewijs dat Ducati Bagnaia bewust zou beperken of zelfs tegenwerken. Zeker omdat Bagnaia na dit seizoen vertrekt en Marc Márquez aan de andere kant van de Ducati Lenovo pitbox actief is, was de voedingsbodem voor dergelijke theorieën al aanwezig.
Alleen: bewijs voor sabotage levert het gesprek niet.
VR46 Racing familie roert zich
Daar komt bij dat Misano voor Bagnaia niet zomaar een thuisrace is. Het circuit ligt praktisch in de achtertuin van de VR46 Riders Academy en Bagnaia kan er rekenen op de steun van een groep waarmee hij al jarenlang optrekt. Bagnaia, Franco Morbidelli en Marco Bezzecchi behoren nog altijd tot de officiële Academy-rijders, terwijl Di Giannantonio weliswaar voor het VR46 MotoGP team rijdt maar niet tot de huidige Academy selectie behoort.
Juist binnen die omgeving worden Bagnaia’s problemen vanzelfsprekend uitgebreid besproken. Valentino Rossi liet tijdens het weekend eveneens weten te hebben gezien dat zijn pupil grote moeite had om de Ducati tot stilstand te brengen. Bagnaia bevestigde vervolgens dat hij daar met Rossi over had gesproken.
Daarmee ontstond in Misano bijna vanzelf een tweede technisch klankbord rond de Ducati coureur. Niet noodzakelijk tegenover Ducati, maar wel een groep mensen die Bagnaia goed kent en probeert te begrijpen waarom een coureur die jarenlang tot de absolute maatstaf op de Desmosedici behoorde plotseling zo ver verwijderd is van het gewenste niveau.
Technisch probleem wordt politiek verhaal
Precies daar begint het technische probleem langzaam een politiek verhaal te worden.
Bagnaia zegt niet dat Ducati hem saboteert. Ducati zegt evenmin dat Bagnaia geen bepaalde set-up mag gebruiken om hem bewust te benadelen. Wat wél vaststaat, is dat de Italiaan aangeeft dat hij bepaalde technische keuzes niet kan maken en dat zijn motor volgens hem aantoonbaar anders reageert dan de andere Ducati’s.
Dat laatste is misschien nog wel het meest zorgwekkende.
Bagnaia vertelde gedurende het Misano weekend dat het probleem met de motorrem inmiddels drie raceweekenden speelt. Ook veranderingen aan de set-up leveren nauwelijks een waarneembaar verschil op. Sterker nog: Bagnaia verklaarde op vrijdag dat hij zowel de set-up als de elektronicasettings van Marc Márquez én Álex Márquez had geprobeerd. Ook daarmee bleef het probleem volgens hem exact hetzelfde.
“Ik heb alles geprobeerd. Verschillende set-ups, verschillende afstellingen, maar we krijgen hem niet aan het werk.”
Dat maakt het beeld dat er ergens één magische basisafstelling klaarligt die Ducati weigert te monteren moeilijk vol te houden. Een moderne MotoGP machine is bovendien geen bouwpakket waarbij tijdens een raceweekend onbeperkt tussen fundamenteel verschillende technische configuraties kan worden gewisseld. Homologatie, beschikbare componenten, motorconfiguraties en de technische richting van het project stellen grenzen aan wat een team gedurende het seizoen kan veranderen.
Maar juist omdat Bagnaia en Ducati geen sluitende verklaring hebben voor het verschil, blijft er ruimte voor speculatie.
Cijfers maken de crisis nog pijnlijker
De resultaten helpen daarbij allerminst. Sinds de hervatting van het kampioenschap op Silverstone heeft Bagnaia tijdens drie opeenvolgende Grands Prix geen WK-punt weten te scoren. Alle drie de zondagse races eindigden voor hem met een valpartij. Ook op Misano ging het mis. Na een moeizame kwalificatie en een dertiende plaats – buiten de punten – in de Sprint kwam hij zondag opnieuw ten val.
Dat uitgerekend Misano geen ommekeer bracht, maakt de situatie extra pijnlijk. Bagnaia heeft op het Italiaanse circuit in het verleden drie Grand Prix overwinningen verdeeld over verschillende klassen behaald en gold er jarenlang als een van de absolute specialisten.
Ditmaal was hij in de kwalificatie ongeveer een halve seconde langzamer dan een jaar eerder.
Bagnaia verwoordde zijn huidige situatie zelf misschien nog het duidelijkst: hij heeft niet langer het gevoel dat hij de Ducati controleert zoals voorheen. Hij rijdt naar eigen zeggen steeds meer defensief, omdat iedere poging om harder te gaan het risico op een valpartij vergroot.
Sabotage? Daarvoor ontbreekt het bewijs
En daarmee komen we bij de vraag die op sociale media inmiddels veelvuldig wordt gesteld: werkt Ducati zijn vertrekkende tweevoudig MotoGP wereldkampioen bewust tegen?
Voor die conclusie ontbreekt ieder hard bewijs.
Wat er wél ligt, is een bijzonder ongemakkelijke verzameling feiten. Bagnaia vertrekt na dit seizoen bij Ducati. Hij krijgt zijn GP26 niet meer aan het werk. De data laten volgens hem grote verschillen met andere Ducati’s zien. Zijn eigen team heeft daarvoor vooralsnog geen sluitende verklaring. En vervolgens wordt uitgerekend in Misano een gesprek opgevangen waarin hij tegen Di Giannantonio zegt dat hij een voorgestelde configuratie niet mag gebruiken.
Daar staat tegenover dat Bagnaia zelf bevestigt dat hij de set-up en elektronicasettings van zowel Marc als Álex Márquez heeft geprobeerd, zonder dat dit zijn problemen oploste. Een detail dat aanzienlijk minder goed past binnen de theorie dat Ducati hem simpelweg bewust met inferieur materiaal of een verkeerde afstelling laat rijden.
In het huidige MotoGP tijdperk zijn vijf woorden echter voldoende om van een technisch vraagstuk binnen enkele uren een compleet politiek verhaal te maken. Bagnaia weet dat als geen ander. De Italiaan heeft de afgelopen jaren meermaals zijn ergernis uitgesproken over uitspraken die uit hun verband worden gehaald en via sociale media een compleet andere betekenis krijgen.
Toch kan ook Ducati niet om de huidige situatie heen. Want zelfs wanneer alle theorieën over bewuste tegenwerking terzijde worden geschoven, blijft één fundamentele vraag overeind:
Waarom gedraagt de Ducati GP26 van Francesco Bagnaia zich volgens de tweevoudig wereldkampioen zo anders dan de andere Ducati’s?
Zolang Bagnaia én Ducati daarop geen antwoord hebben, zal het blijven piepen en kraken. En na een weekend in het hol van de leeuw is het vuurtje alleen maar verder opgestookt. Eén of meerdere goede resultaten zouden daarom meer dan welkom zijn. Niet alleen voor het zelfvertrouwen van Bagnaia zelf, maar ook om de steeds luidere stroom aan theorieën, interpretaties en vermeende waarheden rond zijn situatie bij Ducati enigszins tot bedaren te brengen.
Tot die tijd blijft ieder woord, ieder gebaar en iedere technische keuze voer voor discussie. En misschien zegt juist dát op dit moment wel het meest over de situatie waarin Francesco Bagnaia en Ducati samen zijn beland.
↓Tijdschema en volledige uitslagen Qatar Airways Grand Prix of Austria↓
Handige links Qatar Airways Grand Prix of Austria:
Volledig tijdschema en uitslagen
Waar te volgen op TV
MotoGP- en WorldSBK ticketshop
Fotoverslag



