Motorcoureur Mick Jansen stopt met racen. Het kost de 22-jarige inwoner van Beilen, die tijdens de Pinksterraces in Oss in 2014 hard crashte en daarna acht weken in coma lag, te veel tijd om weer op topniveau te komen.

“Mijn doel was na de revalidatie weer te kunnen racen”, kijkt Jansen terug. “Dat is mij gelukt. Ik heb eind vorig jaar weer op de racemotor gezeten en ik heb laten zien dat ik het nog kan. Dat hadden mijn artsen nooit durven dromen. Maar nu moet ik weer onder aan de ladder beginnen. Het zal mij enkele jaren kosten om mijn niveau weer te halen en dat duurt me te lang. Ik race niet voor de lol, maar om te winnen.”

Zware crash
Op maandag 9 juni 2014 gaat het mis voor Jansen tijdens de Pinksterraces in Oss. De snelle Drent start vanaf een dertiende plek in de Supersport 600 wedstrijd en knokt zich snel naar voren. Bij het aanremmen voor een bocht, als Jansen inmiddels is opgeschoven naar een vijfde plek, is ineens de remdruk weg. Om een crash met een andere coureur te vermijden, laat hij zich vallen. Met een snelheid ruim tweehonderd kilometer per uur gaat hij dwars door een hek heen. Ambulancepersoneel brengt hem met spoed met een open beenbreuk naar het ziekenhuis.

Coma
“Was het maar bij een open beenbreuk gebleven”, zegt Jansen nu. In het ziekenhuis moet het bot met pinnen aan elkaar worden gezet. Daar gaat het fout. “Ik had de pech dat er vetembolie ontstond. Vetbolletjes uit mijn bot zijn in mijn bloed terecht gekomen. Daardoor raakte ik in coma en liep ik duizenden kleine herseninfarctjes op.”

Terugkeer op de motor
Acht weken lang leven familie, vrienden en fans in onzekerheid. Het is de vraag of Jansen uit coma komt en hoe. Maar de destijds 19-jarige coureur blijkt een enorme knokker. Hij leert opnieuw praten, lopen en zijn armen te bewegen. Eind vorig jaar stapt hij voor het eerst weer op de motor. Met hulp van bondscoach Barry Veneman rijdt hij enkele dagen op het junior TT Circuit. “Dat ging prima. Ik ben Barry hier heel erg dankbaar voor.”

 

‘Ik heb het ongelofelijke gepresteerd door weer te racen, maar topniveau wordt moeilijk’

 

Nu zet Jansen toch een punt achter zijn carrière. “Racen op topniveau zit er eerst nog niet in. En alleen meerijden zit niet in me. Ik wil voor de titels gaan. Bovendien werk ik ook nog steeds hard aan mezelf om maatschappelijk weer compleet onafhankelijk te worden. Daar gaat ook heel veel energie in. Energie die ik niet in de motorsport kan steken.”

Twintig jaar racegeschiedenis
Met het beëindigen van zijn racecarrière, komt er een einde aan twintig jaar racegeschiedenis. Al op anderhalf jarige leeftijd racet Jansen op zijn eerste motor. Zes en een half jaar later rijdt hij zijn eerste wedstrijden in de minibikes. In 2007 wordt hij de beste Nederlander en privérijder tijdens het EK minibike. Hij gaat in die tijd het gevecht aan met mannen als Andrea Migno, Nicollò Antonelli en Karel Hanika, die later allemaal successen boeken in het WK Moto3.

Later maakt de Beilenaar de overstap naar de 125cc en komt hij uit in het Arie Molenaar Talentenproject. Ook racet hij in het Duits kampioenschap. In 2011 kiest Jansen voor een plek in de 600cc Talent Cup. Een jaar later behaalt hij hier zijn grootste succes, de Nederlandse titel. Elke race eindigt hij op het podium. Het is de opstap naar een carrière in de Supersport 600. 2013 is een leerjaar, in 2014 wil Jansen oogsten. Totdat de crash in Oss roet in het eten gooit.

Trots
“Ik heb een geweldige racecarrière gehad”, kijkt Jansen trots terug. “In alle klassen waarin ik uitkwam heb ik laten zien dat ik tot de besten behoorde. De bekroning had het EK of WK Supersport moeten worden. Maar alleen talent is niet het belangrijkste in de motorsport. Financieel is het erg lastig. Graag wil ik iedereen bedanken die mij in de afgelopen twintig jaar heeft gesteund. Zonder jullie steun was het mij nooit gelukt om zover in de racesport te komen.”